Jolanda van Rosmalen, adviseur ‘Mens & Organisatie’ bij het Deltion College, is sinds 2015 betrokken bij de uitvoering van de Banenafspraak. Geld, draagvlak en een vast gezicht helpen zeker. Maar ze loopt ook tegen grenzen aan die eigen lijken aan de onderwijsinstelling. En toch: ‘Je draagt als onderwijsinstelling maatschappelijke verantwoordelijkheid.’

Het Deltion College in Zwolle is een ROC voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo), voortgezet algemeen vormend onderwijs (vavo) en om-, na- en bijscholing voor volwassenen. De school telt ca. 20.000 studenten en rond de 2.000 medewerkers, waarvan bijna 70 procent uit onderwijsgevend personeel bestaat. De ‘rest’ is ondersteunend personeel of zijn stafmedewerkers.

Daarmee zit Van Rosmalen ook meteen bij de inhoud van de Banenafspraak. Want dat de instroom op een gegeven moment stagneert en het resultaat dus achterblijft, heeft volgens haar toch echt te maken met het feit dat ze een onderwijsinstelling vormen.

Bedrijfsvoering

In het begin dachten ze op de school in Zwolle nog behoorlijk wat functies te kunnen creëren bij de dienst ‘bedrijfsvoering’. Dus werden de taken van functies als huismeesters, receptie en beveiliging in kaart gebracht. En gekeken welke eenvoudige taken uit hun takenpakket konden worden gehaald om die bij elkaar te brengen en geschikt te maken voor mensen uit de doelgroep Banenafspraak. Overigens zónder de functies van de zittende collega’s uit te hollen.

Er zijn zeker nieuwe arbeidsplekken bij gekomen maar toch minder dan gehoopt. Dus zijn de inspanningen verbreed. Het bestuur en de directeuren staan daar achter, er kwam budget vrij om functies te kunnen creëren en elk opleidingscollege kreeg een taakstelling voorgerekend om in te vullen. Zo kwamen er nog heel diverse functies bij: van administratief en secretarieel tot en met materiaalbeheer bij het skillslab Verpleging en Verzorging.

Aanspreekpunt

De onderwijsinstelling leerde dat mensen met een beperking op de werkvloer heel erg gebaat zijn bij een direct aanspreekpunt om hun vaak praktische werk te kunnen doen. Corona en hybride werken maakten het er voor een aantal uit de doelgroep Banenafspraak niet gemakkelijker op. Alles bij elkaar stagneerde de invulling opnieuw.

Hoe dan verder? Want er is, met name op facilitair terrein, wel werk. Maar de ondersteuning die daarbij geboden kan worden kent ook grenzen. De Zwolse onderwijsinstelling boekte pas echt grote vooruitgang toen zij een contract sloot met een PSO 30+ gecertificeerde organisatie, waar minimaal 30 procent van de medewerkers bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Deze ‘contractpartner’ werd ingehuurd om ondersteunende facilitaire werkzaamheden te verrichten, zoals afvalscheiding, extra schoonmaakklussen, bijvullen van papier en keukens opruimen. Onder leiding van een ‘meewerkend voorwerker’ groeide het groepje vorig jaar naar 16 mensen oftewel 9 formatieplaatsen.

Aanbestedingsgrens

Het geheel werd zo’n succes dat Deltion de aanbestedingsgrens overging en dus voor het vervolg Europees moest aanbesteden. Van Rosmalen hierover: ‘De Banenafspraak is heel mooi en wij vinden het ook belangrijk om mensen kansen te bieden op de arbeidsmarkt. Maar het is wel een hele klus’.

De aanbesteding was best ingewikkeld. ‘Het is geen papier dat je inkoopt’, zegt Van Rosmalen: ‘Naast dat aanbieders 30+ gecertificeerd zijn, is het voor ons ook heel belangrijk dat het bedrijf zich niet alleen op de prijs richt’. Het nieuwe bedrijf dat is aangetrokken, werkt naar volle tevredenheid. Maar dat gold ook voor het vorige. ‘Toch zuur’, aldus Van Rosmalen over de situatie waarin je met elkaar terecht komt door verplichte procedures.

Goed voorbeeld

Concreet zit het Deltion College inclusief deze groep nu weer op bijna 50 procent van het quotum van ruim 40 fte formatieplaatsen. De mbo-school geldt in de regio als een goed voorbeeld omdat zij actief aan de slag blijft en – ondanks dat zij tegen grenzen aanloopt die kennelijk bij onderwijsinstellingen horen – functies invult. Toch is Van Rosmalen ‘nog wel steeds zoekende wat we nog meer kunnen doen.’ En maakt zij er geen geheim van de uitvoering van de Banenafspraak ook nu nog een ingewikkelde opdracht te vinden.

Misschien dat een aanbod voor de financiering van een extra formatieplaats naar bijvoorbeeld drie jaar meer belangstelling wekt. ‘Maar wat als men daarna als afdeling zelf moet betalen? Dan kiest men toch liever voor het schaap met vijf poten dat snel en breed ingezet kan worden’, relativeert Van Rosmalen zodra ze het idee oppert.

Haar gouden tip? ‘Maak er als scholen in elk geval geld voor vrij. Zorg voor een contactpersoon die ermee aan de slag gaat. Voor draagvlak ook. En zet je economische belangen alsjeblieft opzij. Je draagt als onderwijsinstelling maatschappelijke verantwoordelijkheid. Gun een ander wat je jezelf ook gunt. Geef mensen de kans. En als je het toch anders wilt bekijken: het kost de maatschappij heel veel geld als mensen thuis op de bank zitten’.

Tekst: Klaas Salverda