Terwijl we elkaar trots vertellen hoe inclusief we bezig zijn, houden we een systeem in stand dat mensen keihard buitensluit.

De ambitie was ooit glashelder: een arbeidsmarkt waarin iedereen mee kan doen. Maar wie durft nu te zeggen dat dit lukt? In de praktijk worden mensen met een beperking geconfronteerd met ontoegankelijke systemen, inflexibele regels, en een werkvloer waar hun talenten ongezien blijven. Terwijl er grote personeelstekorten zijn, blijft deze groep structureel aan de kant staan. Niet omdat ze niet willen werken, maar omdat ze niet mee mogen doen.

Laten we beginnen met de waarheid: de Banenafspraak is afgegleden naar een administratieve taak. Een stroomschema van vinkjes. Hierdoor blijven werkgevers hangen in snelle resultaten: “heb je die quotumplek al vervuld?” Een paar speciaal afgebakende, zogenaamd inclusieve, functies worden gepresenteerd als een stap vooruit. Maar dat is geen inclusie.

Echte inclusie vraagt moed. Moed om je organisatie, je beleid, jezelf als persoon in de spiegel aan te kijken. Om ongemakkelijke vragen te stellen die schuren. Om de norm blijvend in twijfel te trekken.
Werkt dit echt voor iedereen? Zijn onze procedures wel écht toegankelijk? Krijgt iedereen hier gelijkwaardige kansen? Zien we de mensen en hun talenten? Kunnen we kijken voorbij onze vooroordelen? Benutten we het volle potentieel?

Blijven we vinkjes zetten? Of gaan we nu eindelijk zien dat het gaat over mensen?

Inclusie ontstaat niet door vinkjes. Inclusie is een manier van denken, kijken en werken. Het is iets wat je doorleeft, elke dag opnieuw. Het zit in de manier waarop we gesprekken, functies, werkomstandigheden en verwachtingen zo vormgeven dat iedereen mee kan doen – vanzelfsprekend.

Inclusie ontstaat wanneer mensen durven loslaten en iets nieuws durven te omarmen. Dat vraagt aandacht en herhaling. En volgens mij gaat het daar mis.
Want het werk dat je niet ziet – het werk van bewustwording, leiderschap, het durven confronteren van gedrag – krijgt nauwelijks aandacht.

Daar ligt een sleutelrol voor het bedrijfsleven én voor het kabinet. Voeg daad bij het beloofde woord. Doe wat nodig is om de Banenafspraak te redden.
Investeer in handicapzichtbaarheid, bewustwording, ervaringskennis en inclusief leiderschap. Zet mensen in beweging met trainingen die confronteren. Gebruik overal en altijd de ervaring van mensen die uitsluiting doorleefd hebben.

De toekomst eist een nieuw geluid. De werkvloeren moeten een plek worden waar mensen worden gezien voor wie zij zijn. Waar beperkingen geen stempel zijn, maar een realiteit die ons uitdaagt om anders te kijken.

Niet omdat het moet, maar omdat het beter is. Voor mens, maatschappij en economie.

*Fleur van Puijenbroek, Met name mensenwerk

De verkiezingen zijn geweest. De onderhandelingen over een nieuw kabinet gaan de komende dagen van start. Eerst zal er een verkenner worden aangewezen, later volgen informateur(s) en formateurs. Om deze politici van voldoende input te voorzien over de toekomst van de inclusieve arbeidsmarkt, vroegen wij stakeholders van alle kanten (ervaringsdeskundigen, werkgevers en arbeidsmarktprofessionals) om tijdens de Maand van de 1000 Voorbeelden hun wensenlijstje voor een nieuw kabinet in te leveren:

wat moet een nieuwe regering vooral wel doen om inclusie op de arbeidsmarkt dichterbij te brengen. En minstens zo belangrijk: wat moeten ze laten…

Lees hier alle columns in deze serie>>