Mijn scherm licht op. ‘’Terugkoppeling van ons gesprek’’. Vol verwachting klik ik op het mailtje, zoekend naar een positief antwoord waar ik zo op hoop. ‘’Hoewel we een prettig gesprek hadden, sluiten jouw competenties niet aan op wat we zoeken. Succes met je verdere sollicitaties.’’ Teleurgesteld leg ik mijn telefoon weg.

In 2015 zocht ik een stage. Ik studeerde Human Resource Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Voor mij was dat een mijlpaal. Ik had een lange weg afgelegd: van het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs was ik nu student op het HBO. Studeren betekende mijn talenten ontwikkelen. Een diploma was voor mij niet zomaar een papiertje maar een bewijs dat ik wel slim was en ertoe deed. Het was het ticket naar het leven dat ik altijd al wilde.

Vol vertrouwen begon ik met het zoeken naar een stageplek. Zo nauwkeurig als ik onderzoek deed, zo snel werd ik afgewezen om generieke redenen: ik voldeed niet aan het functieprofiel, ik had niet de juiste competenties of er was een andere vage reden waardoor ik niet op gesprek mocht komen. Soms is discriminatie zichtbaar, vaker is het subtiel. Altijd doet het pijn. Pijn omdat je zelfvertrouwen wordt geschaad. Pijn omdat je gereduceerd wordt tot een label. Pijn omdat anderen jouw identiteit bepalen. Pijn omdat je in het ergste geval die identiteit gaat geloven.

Nu, tien jaar later, heb ik gelukkig ook voorbeelden gezien van organisaties die mijn beperking niet zagen als een belemmering, maar als een uniek perspectief dat bijdroeg aan groei en innovatie. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben nog steeds eerder de uitzondering dan de norm. Nog altijd staat te veel talent buitenspel. Niet alleen door ingewikkelde regels, zoals het doelgroepenregister of de onzekerheid rondom het behouden van een Wajong-status bij werk. Er ligt iets fundamentelers onder. Zolang onze samenleving niet is ingericht zodat mensen met een beperking volwaardig kunnen meedoen aan het dagelijks leven en dezelfde kansen krijgen om zich te ontwikkelen, zullen zij altijd een achterstand houden. Meedoen begint niet bij de arbeidsmarkt, maar bij kunnen studeren, je kunnen verplaatsen, meedoen in de samenleving en als volwaardig mens gezien worden.

Ik droom van een samenleving waarin mensen met een beperking zich gezien en gehoord voelen. Dat zij niet ondanks, maar dankzij hun unieke perspectief kunnen bijdragen aan een samenleving waarbij inclusie de norm is. Dat begint bij een kabinet dat het goede voorbeeld geeft, een duidelijke visie heeft en snapt dat een inclusieve arbeidsmarkt begint bij een inclusieve samenleving. Door enerzijds de participatiewet te versimpelen maar ook te werken aan kansengelijkheid door het VN-Verdrag Handicap door te voeren in beleid en praktijk. Want pas wanneer meedoen de norm wordt, kunnen we alle talenten benutten die Nederland in huis heeft. En bouwen we aan een samenleving die welvarender, innovatiever en rechtvaardiger is.

*Maarten Wang is ondernemer (Kemai Coaching)

De verkiezingen zijn geweest. De onderhandelingen over een nieuw kabinet gaan de komende dagen van start. Eerst zal er een verkenner worden aangewezen, later volgen informateur(s) en formateurs. Om deze politici van voldoende input te voorzien over de toekomst van de inclusieve arbeidsmarkt, vroegen wij stakeholders van alle kanten (ervaringsdeskundigen, werkgevers en arbeidsmarktprofessionals) om tijdens de Maand van de 1000 Voorbeelden hun wensenlijstje voor een nieuw kabinet in te leveren:

wat moet een nieuwe regering vooral wel doen om inclusie op de arbeidsmarkt dichterbij te brengen. En minstens zo belangrijk: wat moeten ze laten…

Lees hier alle columns in deze serie>>