De toekomst van de banenafspraak en de inclusieve arbeidsmarkt hangt af van de keuzes van het komende kabinet. Tijdens de Maand van de 1000 Voorbeelden vroegen we tips aan ervaringsdeskundigen, werkgevers en arbeidsmarktprofessionals. Zodat het kabinet weet wat werkt.
Na een analyse van de columnserie, maakten we vijf stellingen van de tips en opinies die het meeste voorbij kwamen. Nu de actie- en evenementenmaand rondom inclusie bijna ten einde is, reageren Ingrid Thijssen (voorzitter VNO-NCW) en Jacco Vonhof (MKB- Nederland hierop en komen zo tot hun eigen aanbevelingen voor een inclusieve arbeidsmarkt.

1 – De doelgroep moet verbreed worden
Thijssen: ‘Het verbreden van de doelgroep banenafspraak is geen luxe, maar pure noodzaak. In de arbeidsmarkt van nu en de toekomst kunnen we het ons simpelweg niet permitteren om grote groepen mensen níet mee te laten doen.’
Vonhof: ‘De banenafspraak heeft bewezen dat met de juiste instrumenten – loonkostensubsidie, no-risk, begeleiding – tienduizenden mensen duurzaam aan het werk komen. Maar we zien als geen ander dat de huidige afbakening te smal is. Te veel mensen met vergelijkbare ondersteuningsbehoeften vallen nét buiten de boot, terwijl werkgever en kandidaat daar niets aan kunnen doen. Bovendien leidt het huidige systeem tot onwenselijke verschillen tussen gemeenten. De vraag moet dus niet langer zijn óf iemand binnen een bepaalde doelgroep valt, maar wat iemand kan en welke ondersteuning nodig is om aan de slag te gaan. Als we echt inclusief willen zijn, moeten we het systeem durven verbreden. Het potentieel is er — nu nog benutten. En als werkgevers willen wij gaan voor die grotere doelstelling de komende jaren!’
2 – Er moet meer aandacht komen voor ervaringsdeskundigheid
Thijssen: ‘Ervaringsdeskundigheid is zonder twijfel waardevol. Mensen die zelf hebben ervaren hoe het is om met een beperking te leven, brengen een perspectief mee dat bedrijven soms nét dat extra inzicht kan geven. En in veel gevallen kunnen werkgevers er echt hun voordeel mee doen. Waar het wordt ingezet, zie je vaak dat het gesprekken verrijkt en oplossingen makkelijker vindbaar worden.’
3 – Vertrouwen in ondernemers biedt ruimte voor inclusie
Vonhof: ‘Vertrouwen is absoluut essentieel voor een inclusieve arbeidsmarkt. Werkgevers laten al jaren zien dat ze bereid zijn kansen te creëren als ze de ruimte en het vertrouwen krijgen. De Banenafspraak bewijst dat: zonder dat vertrouwen waren die tachtigduizend banen er nooit gekomen.
Maar ondernemers kunnen dit niet alleen. Inclusie vraagt ook om duidelijke randvoorwaarden, voorspelbare ondersteuning en een systeem dat werkt vóór mensen in plaats van tegen ze. Werkgevers staan te springen om talent, maar ze moeten wel weten wie beschikbaar is en welke ondersteuning er mogelijk is. Zonder goede samenwerking met gemeenten, UWV en de landelijke overheid blijft een deel van het potentieel onzichtbaar. Vertrouwen is dus cruciaal, maar moet hand in hand gaan met eenvoudiger regelgeving, minder bureaucratie en een breed toegankelijk instrumentarium. Pas dan ontstaat een stevige basis waarbij ondernemers kunnen doen waar ze goed in zijn: kansen creëren, banen bouwen en mensen laten groeien.’
4 – Investeren in begeleiding is cruciaal voor het slagen van een inclusieve arbeidsmarkt
Thijssen: ‘Begeleiding is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van een inclusieve arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen en wíllen kansen bieden, maar succes hangt in de praktijk vaak af van de ondersteuning vóór, tijdens en na de plaatsing. De ervaringen binnen de banenafspraak laten zien dat investeren in begeleiding rendement oplevert: duurzame banen, minder uitval en meer vertrouwen bij werkgevers. En het is geen eenmalige investering. Mensen, functies en omstandigheden veranderen — begeleiding moet kunnen meebewegen. Wie inzet op begeleiding, investeert dus niet alleen in werknemers, maar ook in het bedrijf zelf. Het is simpel: zonder begeleiding geen inclusie, en zonder inclusie geen toekomstbestendige arbeidsmarkt. Investeren in mensen is de moeite waard. Zoals we in één van de columns lazen: mensen thuis laten zitten kost altijd meer (in elk opzicht). En we moeten daarbij ook niet vergeten hoe belangrijk werk voor mensen is. Het is veel meer dan een manier om in je inkomen te voorzien. Werk betekent zingeving, ergens bij horen, sociale contacten en de kans om je verder te ontwikkelen.’
5 – Er moet een quotum voor bedrijven komen
Vonhof: ‘Een quotum klinkt misschien aardig als snelle oplossing, maar heeft in de praktijk vooral bijwerkingen die we niet willen. Werkgevers hebben de afgelopen jaren laten zien dat zij uit volle overtuiging bijdragen aan de inclusieve arbeidsmarkt. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Een verplicht quotum ondermijnt het draagvlak. Het creëert druk, onzekerheid en bureaucratie, terwijl we juist eenvoud en samenwerking nodig hebben. Bovendien leidt een quotum tot een soort ‘afvinkcultuur’: bedrijven worden dan afgerekend op aantallen, niet op kwaliteit of duurzaamheid van banen. Dat helpt niemand.’
Thijssen: ‘Wat wél werkt, is een systeem waarin ondersteuning breed toegankelijk is, kandidaten goed vindbaar zijn en regelgeving helder en uitvoerbaar is. Dáár gaan werkgevers op aan. Met de juiste instrumenten en ruimte kunnen we vrijwillig meer bereiken dan met dwang. Als we willen dat meer mensen de sprong naar de arbeidsmarkt maken, vraagt dat om samenwerking, niet om sancties.’
Bonusstelling – De Maand van de 1000 Voorbeelden is de leukste maand van het jaar
Thijssen: ‘De Maand van de 1000 Voorbeelden is zonder twijfel een van de vrolijkste momenten van het jaar. Niet omdat alles vanzelf gaat, maar omdat we in één maand kunnen zien hoeveel er ook wel lukt op de inclusieve arbeidsmarkt.’
Vonhof: ‘Het is een maand vol energie, inspiratie en een leuke herinnering dat inclusie geen project is, maar een beweging.’


