Marijn de Vries is contentspecialist bij UWV. En hij heeft MS. Tijdens de Maand van de 1000 Voorbeelden deelt hij zijn eigen inspirerende verhaal en geeft hij tips aan werkgevers en werkzoekenden.

Tijdens zijn studie oudheidkunde, hij was 21, kreeg Marijn de diagnose Multiple Sclerose. Hij schrok, had geen idee wat dit voor hem zou gaan betekenen. Er volgden angsten over verzorgingstehuizen en rolstoelen. Ook uit onzekerheid over zijn toekomstperspectief besloot hij naast Oudheidkunde een andere studierichting te kiezen. Eentje die ook met een verminderde mobiliteit arbeidsmarktperspectief bood: journalistiek.

Omdat de banen in deze sector ook niet voor het oprapen lagen, begon hij als vrijwilliger verhalen over MS te schrijven voor een patiëntenplatform. “Ik vond het heel belangrijk om deze verhalen te maken, zodat patiënten ook op deze manier ervaringen met elkaar konden delen.”

Ervaringsdeskundigheid
De verhalen die hij optekende, sterkten hem in de overtuiging dat ervaringsdeskundigheid een belangrijke toegevoegde waarde is voor alle organisaties. Daarom stapte hij naar de cliëntenraad van UWV, waarin hij de belangen van cliënten kon behartigen. “Op een gegeven moment kwam een functie beschikbaar bij Programma Dienstverlening. Het leek me ideaal om mijn stem ook binnen de UWV-organisatie te kunnen laten horen.”

Zo geschiedde, maar de drang om verhalen te maken bleef aanwezig. En daar kwam nog iets bij: “Ik wilde mijn collega’s bij UWV vertellen over de impact die ze maken in de samenleving. En dat doe ik nu. Als contentspecialist zoek ik onderwerpen voor ons inspiratieplatform. Vaak zijn dat verhalen van mensen die, met steun van UWV, de stap naar de arbeidsmarkt hebben gemaakt.”

Verhalen
Volgens Marijn is het belangrijk om dit soort verhalen te blijven vertellen. “Hoe vaker mensen horen over mensen met een ziekte of beperking, hoe normaler het wordt. Verhalen geven een gezicht aan abstracte cijfers. De banenafspraak gaat over 125.000 banen. Persoonlijke verhalen maken dat tastbaar en dichtbij.”

Hoewel Marijn verhalen dus een sterke kracht toedicht, weet hij niet zeker of ze sterk genoeg zijn om de arbeidsmarkt volledig inclusief te maken. “De banenafspraak en social return hebben echt iets in beweging gezet. De arbeidsmarkt is veranderd. Maar het mag best nog een beetje sneller allemaal.”

Quotum
Dat betekent volgens hem dan ook dat beleid actief moet stimuleren dat er banen beschikbaar zijn. “Een quotum is misschien een paardenmiddel, maar het voordeel is dat veel meer organisaties en instellingen op die manier als het ware gedwongen hun eerste inclusieve ervaringen opdoen. En ik geloof dat ervaring tot overtuiging leidt.”

Daarbij is het volgens hem in elk geval belangrijk dat werkgevers aandacht hebben voor de toegankelijkheid van de werkplek. “UWV kan daar ook goed bij helpen”. Als tweede inclusieve voorwaarde noemt hij duidelijkheid. “Stel iemand heeft een extra pauze nodig in verband met belastbaarheid. Dan is het goed als een werkgever en medewerker daar afspraken over maken. Maar het is ook belangrijk dat de collega’s hiervan op de hoogte zijn. Dat voorkomt onaangename misverstanden.”

Tegen werkzoekenden zegt Marijn vooral overtuigd te zijn van de eigen talenten. “Je zit niet voor niks bij een sollicitatiegesprek. Je zit daar vanwege je kwaliteiten en niet vanwege een quotum. Je doet ertoe en overtuig jezelf daar ook van.”

Luisteren
“Dat heb ik zelf ook moeten leren”, haast Marijn zich om te zeggen. “Ik heb ook slechte ervaringen gehad met solliciteren. Het heeft bij mij ook een hele tijd geduurd voor ik het gevoel had dat ik er gewoon bij hoor. Dat ik iets nuttigs bijdraag.”

Dat gevoel begint nu gelukkig merkbaar te komen. “Beperkingen zijn weinig zichtbaar in de maatschappij. Toegankelijkheid is nog lang niet vanzelfsprekend. Hoe vaak ik een restaurant niet in kom of problemen heb op een station, daar hebben andere mensen geen idee van. Ze weten het gewoon niet. Daarom wil ik mijn verhaal ook graag delen. Want pas als we naar elkaars verhalen luisteren, kunnen we beginnen aan een verandering.”