Staatssecretaris Jurgen Nobel wil op korte termijn het onderscheid tussen markt en overheid opheffen op het gebied van de banenafspraak. Hij verwacht dat dit op zijn vroegst vanaf 1 juli 2026 het geval kan zijn.

Jurgen Nobel, staatssecretaris Participatie en Integratie (Foto Martijn Beekman / Rijksoverheid)
Dit schrijft de staatssecretaris in de Kamerbrief naar aanleiding van de cijfers van de banenafspraak in 2024. Het feit dat marktwerkgevers voor het tweede jaar op rij de doelstelling niet halen, is voor Nobel aanleiding om ‘op korte termijn verdere stappen te zetten om het onderscheid tussen markt en overheid op te heffen’.
Dit is in tegenspraak met de memorie van toelichting op de wet banenafspraak die enkele maanden geleden door de Tweede Kamer is aangenomen. Daar werd het opheffen van het onderscheid expliciet gekoppeld aan de realisaties van de overheid. De staatssecretaris schrijft hier nu over: ‘Omdat nu stagnatie optreedt in zowel de overheid als de markt vind ik het verstandig om het onderscheid tussen beide sectoren zo snel mogelijk op te heffen.’
‘Zodra het onderscheid is opgeheven’, vervolgt de staatssecretaris, ‘is bovendien de laatste belemmering voor de uitvoerbaarheid van de quotumregeling weggenomen.’ Als de resultaten ook in de komende jaren achterblijven, kan het kabinet in overleg met sociale partners besluiten de quotumregeling te activeren, waarbij alle werkgevers een inclusiviteitsheffing krijgen.’
De staatssecretaris wil vanaf 2026 ook komen tot een quotumpercentage voor werkgevers, net zoals voor overheidswerkgevers. Werkgevers zouden dan zelf uit kunnen rekenen hoeveel banen voor de banenafspraak zij zouden moeten realiseren. ‘Daarmee is het voor werkgevers duidelijk welk percentage van hun personeel onder de banenafspraak zou moeten vallen.’


