De Eerste Kamer heeft verder gedebatteerd met Karien van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie. Tijdens de behandeling zijn twee moties ingediend. Over het wetsvoorstel en de de moties zal op 5 maart worden gestemd.

De regering bij monde van minister Karien van Gennip (SZW) wil met deze wetgeving een belangrijke stap zetten in het tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt. ‘Ondanks de normen die volgen uit de bestaande gelijkebehandelingswetgeving, is er nog steeds sprake van ongelijke kansen op de arbeidsmarkt. Nog te vaak worden mensen uitgesloten op grond van bijvoorbeeld afkomst, geslacht of leeftijd’, schreef minister Van Gennip aan de Eerste Kamer.

Lees hier ons eerdere uitgebreide artikel over dit wetsvoorstel>>

Er werden tijdens het debat twee moties ingediend. Senator Janny Bakker-Klein (CDA) wil dat de handhaving stapsgewijs wordt opgebouwd.

In deze motie wordt de regering verzocht om gedurende twee jaar na inwerkingtreding van de wet de handhaving bij werkgevers stapsgewijs op te bouwen:

  • in het eerste jaar gericht op werkgevers met 250 of meer werknemers,
  • in het tweede jaar gericht op werkgevers met 100 of meer werknemers, en
  • met ingang van het derde jaar, met inachtneming van de evaluatie van ervaringen die tot dan toe zijn opgedaan, voor werkgevers met 25 tot 100 werknemers.

De motie van Eerste Kamerlid Gaby Perin-Gopie (Volt) verzocht om periodiek de Eerste Kamer te informeren over de werkwijze van de Algemene Bestuursdienst en van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor een wervings- en selectiebeleid met doeltreffende maatregelen om discriminatie te voorkomen en gelijke kansen te creëren.