Tijdens de European Transplant Games op Papendal was donderdag 25 juni gereserveerd voor een congres over zorg en bewegen na een transplantatie. Tijdens het plenaire debat in de ochtend vertelde scheidend MKB-voorman Jacco Vonhof over de waarde van werk en deelnemen. In de middag, tijdens een van de deelsessies, lag de focus volledig op de inclusieve arbeidsmarkt.
Deze inspiratiesessie organiseerden we samen met de Stichting Inclusief Midden-Gelderland. Wim Ludeke, voorzitter van deze stichting en initiator van de bijeenkomst verrichtte namens de organisatoren de opening en legde kort de bedoeling uit: ‘Uiteindelijk willen we toe naar een situatie waarin het normaal is om werk zo in te richten dat iedereen mee kan doen.”
Dat kan niet vaak genoeg onderstreept worden. Want er zijn nog veel groepen die aan de kant staan. De groep mensen die een orgaantransplantatie heeft ondergaan bijvoorbeeld. Vaak onzichtbaar en buiten de meeste ‘doelgroepdefinities’ vallend, spreken de cijfers over de arbeidsparticipatie voor zich:

Eerste spreker was Jeroen van der Kris. Deze NRC-journalist schreef een veelgeprezen boek over zijn ervaringen voor en na een levertransplantatie: Het Aanbod. “Ik weet dat ik leef dankzij de dood van een ander. Daar voel ik een ontzettende dankbaarheid voor. En het geeft ook een gevoel van grote verantwoordelijkheid.”
Van der Kris vertelde dat zijn werkgever, al moest hij er soms voor strijden, alles bij elkaar begrip had voor zijn situatie. “Het meest fijne vond ik eigenlijk dat er flexibiliteit was, dat ik soms ook met rust gelaten werd en dat ik het vertrouwen voelde dat ik uiteindelijk goed werk zou leveren.”
“Ziek zijn is eenzaam,” vervolgde hij. “En buiten mensen die iets vergelijkbaars hebben meegemaakt, is er niemand die kan begrijpen hoe ingrijpend een transplantatie kan zijn. Mensen kunnen zich empatisch opstellen, natuurlijk. Maar dat is iets anders dan het kunnen voelen. Ook een werknemer met een chronische ziekte kan productief zijn, mits de vraag gesteld wordt: wat heb je nodig om te kunnen presteren.”
Dat herkende Kim Verlegh van Emma at Work. Haar presentatie, na de pauze, vertelde wat deze organisatie doet om talenten met een chronische ziekte en werkgevers aan elkaar te verbinden. Daarbij worden coachingsprogramma’s en ontmoetingen ingezet om de kloof tussen deze twee groepen te dichten. Ze vertelde er eerder al over in dit interview.
Verlegh had twee gasten meegebracht. Heleen van Rijsbergen werkt voor consultancybedrijf Team Eiffel, een van de partnerbedrijven van Emma at Work. “Deze aanpak werkt voor ons. Het is een mooie kans om jonge talenten via Emma at Work te zoeken naar jonge talenten.”
De tweede gast van Kim Verlegh was Berber Oude Aarninkhof. Berber onderging enkele jaren geleden een niertransplantatie. Ze vertelde openhartig over haar ervaringen in de afgelopen periode.“ Ik ben moleculair bioloog, ik houd van bakken, ik doe vrijwilligerswerk en ja, ik ben ook nierpatiënte.”
Ze koos er al in een vroeg stadium, tijdens haar proefperiode, voor om haar leidinggevende te vertellen over de transplantatie. “Dat is best ingewikkeld. In veel sollicitatiebrieven had ik er al over geschreven. Voor die banen werd ik niet gekozen. Maar ik wilde graag open kaart spelen. Dat past ook bij hoe ik ben. Maar vaak is er toch een soort taboe op dit onderwerp. Of je hoort: de transplantatie is gelukt, dan ben je nu toch beter? Maar dat is weer te makkelijk. Er zijn echt nog heel veel dingen onbekend rondom transplantaties en dus is er ook nog veel om over te praten.”
Die conclusie trok ook Leonore Nieuwmeijer van Op naar de 125.000 banen tijdens de wrap-up. “Ik vind het heel fijn dat we vandaag de focus hebben kunnen leggen op een groep mensen die nu nog vaak een beetje onbekend blijft (en dat maakt onbemind), maar in veel gevallen ook ondersteuning heeft om werk te vinden of aan het werk te blijven. Ik heb ook veel geleerd tijdens de voorbereiding van deze bijeenkomst. En wat ik heb geleerd, bewijst voor mij het belang van een doelgroepverbreding binnen de banenafspraak.”
Of, zoals Wim Ludeke afsluitend opmerkte: “Er is een groot arbeidspotentieel aanwezig en in veel sectoren kampen we met tekorten. De oplossing daarvoor is inclusie van alle groepen die kunnen en willen werken.”


