In oktober publiceerde ABN AMRO het rapport ‘Onbeperkt potentieel voor flexibele werkgevers’. Daarin werd de conclusie getrokken dat er potentieel 600.000 mensen met een beperking langs de zijlijn staan en wil zouden kunnen werken. Namens het kabinet reageerde staatssecretaris Jurgen Nobel (participatie): ‘het is belangrijk goed te onderzoeken welke ondersteuningsbehoefte mensen met een beperking hebben, en in welke mate nog niet in die ondersteuningsbehoefte wordt voorzien.’

Jurgen Nobel, staatssecretaris Participatie en Integratie (Foto Martijn Beekman / Rijksoverheid)

ABN AMRO nam voor haar rapport CBS-cijfers als uitgangspunt en stelde vast dat 72 procent van de mensen met een beperking (tussen de 15 en 65 jaar) aan het werk. Als de arbeidsparticipatie zou stijgen naar het niveau van mensen zonder beperking (82 procent) is dat ruim voldoende om alle openstaande vacatures in Nederland te vervullen.

In zijn Kamerbrief schrijft staatssecretaris Nobel twee herkenbare signalen uit het rapport te halen: ‘niet alle mensen met een beperking vallen onder de banenafspraak, en een groot deel van de mensen die wel onder de banenafspraak vallen is nog niet aan het werk.’

Over het eerste signaal merkt de staatssecretaris op twee groepen (mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en bij een reguliere werkgever werken, en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie) met het wetsvoorstel ‘vereenvoudigde banenafspraak’ aan de banenafspraak toe te willen voegen. ‘Daarnaast werk ik aan wetgeving om
vergelijkbare mensen in de WW en WIA toe te voegen aan de doelgroep banenafspraak. (…) Tegelijkertijd werk ik samen met sociale partners, gemeenten, UWV en IederIn aan een toekomstvisie op de banenafspraak. Daarin staat de ondersteuningsbehoefte van mensen meer centraal.’

Over het andere signaal, de mensen in het doelgroepregister die nog niet aan het werk zijn, verwijst de staatssecretaris naar de verschillende acties die het kabinet onderneemt om de doelgroep beter in beeld te krijgen en te kijken welke mogelijke stappen naar werk gezet kunnen worden. Jurgen Nobel kondigde aan komend voorjaar met nieuwe informatie te komen over de stand van zaken van deze acties.

Overigens meent het kabinet dat het door ABN AMRO genoemde aantal van 600.000 mensen een ruime inschatting is, omdat hierin ook mensen zijn meegerekend die niet niet direct beschikbaar zijn voor werk. Daaronder enerzijds mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en anderzijds mensen die zonder ondersteuning kan werken.  ‘Daarom is het belangrijk goed te onderzoeken welke ondersteuningsbehoefte mensen met een beperking hebben, en in welke mate nog niet in die ondersteuningsbehoefte wordt voorzien. In de uitwerking van de toekomstvisie op de banenafspraak breng ik dit preciezer in kaart met diverse (vertegenwoordigers van) mensen met een beperking, sociale partners, gemeenten en UWV. Daarbij onderzoeken we welke andere doelgroepen in de toekomst onder de banenafspraak moeten vallen, of hoe we op een andere manier de baankansen van mensen met een ondersteuningsbehoefte kunnen verbeteren.’