Weinig mensen zijn zo lang en zo intensief betrokken geweest bij de banenafspraak als Martine Schuijer. Met haar vertrek als directeur van de Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk!, komt er ook een einde aan haar periode als projectleider ‘Op naar de 125.000 banen’. Tijd voor een blik terug en vooruit. “De banenafspraak gaat over meer dan aantallen.”

In de begindagen van project ‘Op naar de 125.000 banen’ werd Martine Schuijer een aantal dagen per week gedetacheerd vanuit VNO-NCW Midden. Later werd dat voltijds en uiteindelijk werd ze projectleider. Een rol die ze ruim acht jaar bekleedde.

Het zijn de eerste dagen van het project waaraan ze de mooiste herinneringen over heeft gehouden. “Er zijn veel hoogtepunten te noemen. In het begin ben je heel erg bezig met uitvinden en experimenteren bij het zoeken naar manieren om werkgevers te overtuigen voor inclusie. Dat was misschien nog wel het mooiste. Maar ook later, bijvoorbeeld bij de verschillende Maanden van de 1000 Voorbeelden, heb ik er altijd ontzettend veel plezier aan beleefd.”

Bijdrage leveren
Schuijer beschrijft de werkzaamheden van het project al sinds jaren en dag met de formulering ‘inspireren en informeren’. “Inspireren is wel duidelijk. Informeren werkt echt twee kanten op. We hebben geprobeerd werkgevers te voorzien van de goede informatie.
En de informatie vanuit de praktijk van de werkgever hebben we, samen met gewaardeerde partners als De Normaalste Zaak, AWVN en Onbeperkt aan de Slag, vervolgens weer doorgegeven aan de relevante tafels in Den Haag.”

Dat heeft geleid tot de nodige veranderingen in de regels. Dat beschouwt Schuijer als successen en noodzakelijke stappen. “Rondom de loonwaardemeting en ook de verbreding van de doelgroepen zijn er verbeteringen gekomen. Die waren echt gebaseerd op de verhalen uit de praktijk. Daar hebben wij aan bijgedragen en daar kijk ik natuurlijk tevreden op terug.”

Iets moois
Schuijer aarzelt om het woord ‘trots’ in de mond te nemen als het gaat om haar eigen werk. “Ik denk dat we als team iets moois hebben neergezet. Daar ben ik toch wel trots op. Ik ben ook trots op – en dankbaar voor – de trouwe subsidiegevers. Vanaf het begin was dat Instituut GAK en later ook de Goldschmeding Foundation, die ons daarin hebben ondersteund. Zonder hen was ons werk echt niet mogelijk geweest. En dat geldt natuurlijk ook voor VNO-NCW en MKB-Nederland. Door het initiatief te nemen voor ons project, hebben ze immers laten zien de banenafspraak niet alleen te zien als letters op papier.”

De belangrijkste ontwikkeling die Schuijer waarnam sinds het begin van de banenafspraak, is een verschuiving in denken. “Het begon met bijzondere aandacht voor een bijzondere groep mensen. Het begon met veel aandacht voor quota en aantallen. En het is steeds meer verschoven naar ‘een werkgever zoekt werknemer en vindt een goede kandidaat. Die toevallig een arbeidsbeperking heeft.’ Het is een beweging op de arbeidsmarkt geworden. Dat had ik niet verwacht toen we begonnen en dat is heel erg mooi om te zien.”

VN verdrag
Daarmee wil Schuijer niet zeggen dat ‘we’ er al zijn op inclusie gebied. “Er is veel bereikt, maar natuurlijk blijft er genoeg te wensen over. Het was mooi geweest als we het ingroeipad volledig hadden behaald. Het is jammer dat de definitie van de banenafspraak niet allang gelijkgetrokken is met die van het VN-verdrag handicap. Het is jammer dat een kortzichtige begrotingsopvatting op het ministerie voorkomt dat veel meer mensen met een ondersteuningsbehoefte naar de arbeidsmarkt komen.”

Wat niet is, kan komen. Het ingroeipad van de banenafspraak is afgelopen. De afspraak zelf loopt gewoon door. “Als ik naar de toekomst kijk, dan pleit ik dus echt voor een verbreding van de afspraak, sowieso naar iedereen die onder het VN-verdrag Handicap valt. Maar eigenlijk naar iedereen met een ondersteuningsbehoefte, van nieuwkomers tot mensen die lang in de bijstand hebben gezeten. We hebben iedereen toch nodig op de arbeidsmarkt? En we weten toch dat de instrumenten van de banenafspraak werken?
Wat mij betreft is 1 en 1 gewoon 2.”

Taal
Wie de woorden van Martine Schuijer in eerdere interviews en columns op allerlei platforms terugleest, valt op dat ze een groot belang hecht aan de taal die op de arbeidsmarkt wordt gebezigd. “We zijn best ver gekomen. Maar we zijn nog niet zover dat inclusie zo vanzelfsprekend is dat we er niet meer over hoeven praten. We moeten het daarom blijven benoemen. Maar de manier waarop we dat doen, is ook belangrijk. Taal kan binnen- en ook buitensluiten. En hoeveel moeite is het nu om de woorden te kiezen, die inclusief zijn. Het is een mooie manier om te laten zien dat je het onderwerp serieus neemt.”

Dat zal Schuijer ook zeker blijven doen in haar nieuwe functie. Ze gaat aan de slag als directeur van de Vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB). “Bij een branchevereniging ben je natuurlijk met talloze onderwerpen bezig. Vanaf mijn studie tot nu aan toe, heb ik altijd geloofd dat iedereen talenten heeft en iedereen de kans verdient om die in te zetten. Op welke plek ik ook zit, daar wil ik altijd mijn steentje aan bijdragen.”