‘De banenafspraak heeft in het verleden goed gewerkt, maar is wel toe aan een nieuwe impuls’, dat zei minister Aartsen van Werk en Participatie in debat met de Tweede Kamer over de participatiewet.
Tijdens het commissiedebat over de Participatiewet op 24 maart 2026 besprak de Tweede Kamer ook de voortgang van de banenafspraak. Namens D66 stelde Anouschka Biekman dat “het aantal extra banen van de banenafspraak flink achterblijft bij het doel” en dat “de achterstand is opgelopen tot ruim 25.000 banen”. Zij vroeg aandacht voor verdere verbeteringen en voor de rol van de overheid als werkgever. Ook andere Kamerleden verwezen naar de achterblijvende resultaten. Corrie van Brenk (50PLUS) wees erop dat “eind 2025 90.000 banen [zijn] gecreëerd, terwijl de doelstelling stond op 115.000”. Vanuit de SGP pleitte André Flach ervoor om ook beschut werk mee te laten tellen binnen de banenafspraak.
Minister Thierry Aartsen erkende dat de doelstellingen nog niet zijn bereikt. Hij noemde de banenafspraak “op zichzelf een heel mooi instrument” en stelde dat er inmiddels “93.000 extra banen” zijn gerealiseerd, maar dat het doel van 125.000 banen nog niet is gehaald.
Volgens de minister wordt daarom gewerkt aan vervolgstappen. “We moeten kijken naar de uitbreiding van de doelgroep,” zei hij. Daarnaast wil het kabinet beoordelen “of dat verstandig is” en toewerken naar een nieuwe banenafspraak.“Ik denk dat het verstandig is om dat te doen en dat dit instrument in het verleden goed heeft gewerkt. We zien aan alle kanten wel dat ook hier behoefte is aan een nieuwe stap, aan een nieuwe impuls, aan nieuwe energie en misschien zelfs wel aan nieuwe, innovatieve ideeën.” Daarbij wil hij nadrukkelijk het gesprek voeren met sociale partners. Over de rol van de overheid merkte hij op dat die een “voorbeeldfunctie” heeft en dat de overheid momenteel op ongeveer “85% van de doelstelling” zit. Voor de toekomst besprak hij ook


