In 2026 loopt het ‘ingroeipad’ van de banenafspraak af en moeten er 125.000 banen zijn gerealiseerd. Of dat op tijd lukt, is de vraag. Daarom wordt er nu nagedacht over de toekomst van de inclusieve arbeidsmarkt.

Dat kwam naar voren tijdens een online bijeenkomst georganiseerd door de Programmaraad, waarin het ministerie van SZW arbeidsprofessionals bijpraatte over actuele ontwikkelingen op onder meer het vlak van de banenafspraak.

Eigenlijk kwam de sessie ‘In gesprek met SZW’ net een beetje te vroeg want heel binnenkort komen de definitieve resultaten van de uitvoering van de banenafspraak over 2023 af.

Volgens de nu nog voorlopige cijfers zijn tot en met het vierde kwartaal van 2023 ruim 86.000 banen gerealiseerd. Het doel was 105.000 banen. ‘Een behoorlijk verschil’, constateert het Team van SZW dat zich bezighoudt met inclusief werkgeverschap en de banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking.

Zorgelijke ontwikkeling
De sector overheids- en onderwijswerkgevers haalt in meer of mindere mate al een aantal jaren de doelstelling niet. Maar intussen gaat men er op SZW vanuit dat nu ook de markt het jaardoel voor het eerst niet heeft gehaald. Vanuit hetzelfde team werd opgemerkt dat dit ‘best een zorgelijke ontwikkeling’ is.

De Kamerbrief met de jongste stand van zaken is vrijwel gereed. De verzending hiervan is mede afhankelijk van hoe snel de nieuwe bewindspersonen zich dit soort dossiers eigen maken en hun handtekening zetten. Volgens planning wordt volgende week dinsdag het nieuwe kabinet geïnstalleerd.

Bewindslieden met ambities
Achter de schermen is men ook reuze benieuwd welke ambities de nieuwe bewindslieden aan de dag leggen. In het hoofdlijnenakkoord staat weinig tot niets over een inclusieve arbeidsmarkt en inclusief werkgeverschap. Dat zou kunnen betekenen dat er vooralsnog geen extra middelen voor beschikbaar zijn.

Intussen ligt in de Kamer onder meer het wetsvoorstel voor tot vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking. Minister Carola Schouten voor Participatie zond het in oktober naar de Kamer. Het wetsvoorstel staat nu voor begin september op de kameragenda. Aan kabinetszijde zal de behandeling daarvan dan onder de nieuwe staatssecretaris voor Participatie vallen.

Verbeteringen
Zoals bekend gaat het in hoofdlijnen om de volgende verbeteringen:
• loonkostenvoordelen die nu voor 3 jaar gelden worden onbeperkt
• de quotumsystematiek gaat van een strafmaatregel naar een bonus/malusregeling waar een positieve prikkel in zit
• het onderscheid tussen markt en overheid wordt opgeheven.

Nadat de Kamer hierover een groot aantal vragen had gesteld stuurde demissionair minister Schouten kortgeleden de nota naar aanleiding van het verslag naar de Kamer. Daarnaast diende zij een nota van wijziging in voor een beperkte verbreding van de doelgroep.

Het gaat dan om mensen in de Wajong die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben maar werken bij een reguliere werkgever en mensen met een IVA-uitkering die bij wijze van experiment werken met loondispensatie.

De toegang tot de doelgroep banenafspraak voor mensen in de WIA die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, en mensen in de WW die vergelijkbare kenmerken hebben als mensen in de banenafspraak, wordt uitgewerkt in een apart wetsvoorstel.

Langere termijn
Los hiervan wordt op het ministerie en daarbuiten intensief nagedacht over de banenafspraak op langere termijn. Daarin gaat het om vragen als ‘moeten we überhaupt nog werken met een quotum, moeten we nog een doelgroep hebben en nog een banenafspraak?’, zo bleek in de informatieve online bijeenkomst.

Minister Schouten hintte daar kortgeleden ook op, met dien verstande dat (voor haar) volkomen vanzelf spreekt dat de banenafspraak ook vanaf 2026 gewoon doorloopt. ‘Het enige dat afloopt in 2026 is de opbouw in de aantallen, zoals vastgelegd in het Sociaal Akkoord van 2013. Maar aan de macrodoelstelling van blijvend 125.000 banen verandert niets’, antwoordde de minister op vragen vanuit de Kamer.

Voor de langere termijn zouden partijen, die nu met elkaar in gesprek zijn, willen toewerken naar een stelsel waarbij de ondersteuning die mensen nodig hebben leidend is en niet langer de uitkeringssituatie van iemand of de groep waartoe iemand behoort.

Tekst: Klaas Salverda