Het onderscheid tussen de marktsector en de overheid bij het tellen van gerealiseerde banen binnen de banenafspraak verdwijnt per 1 januari 2027. Dat is het voornemen van het kabinet. Door beide sectoren samen te tellen, ontstaan er volgens minister Aartsen (Werk en Participatie) meer mogelijkheden om in samenwerking extra banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking.

Dit schrijft Aartsen aan de Tweede Kamer in een brief over de banenafspraak.  ‘Het Besluit banenafspraak, lagere regelgeving bij de Wet banenafspraak, is eind juli door de Raad van State beoordeeld met een dictum A. Mijn voornemen is om de resterende onderdelen van de Wet banenafspraak per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Hiermee vervalt het onderscheid tussen markt en
overheid bij de telling van het aantal gerealiseerde banen. Met het opheffen van het onderscheid tussen markt en overheid geeft het kabinet uitvoering aan de motie Nijkerken-De Haan c.s., waarin de Tweede Kamer heeft verzocht dit onderscheid los te laten.

Hoewel beide sectoren voortaan gezamenlijk meetellen voor het aantal gerealiseerde banen, blijven ze afzonderlijk gemonitord. Zo blijft inzichtelijk welke resultaten de marktsector en de overheid afzonderlijk behalen. Het opheffen van het onderscheid is ook een belangrijke stap richting een eventuele activering van de quotumregeling. De inwerkingtreding van de wet betekent echter niet dat deze regeling automatisch ingaat. ‘Inwerkingtreding van de wet activeert niet automatisch de quotumregeling. Dit blijft een beslissing die gemaakt moet worden door de Ministerraad, waarvan is toegezegd dat dit gebeurt in overleg met sociale partners en gemeenten.’ Vanwege het aangenomen amendement van Paulusma en De Kort wordt het inwerkingtredingsbesluit voorafgaand aan de voordracht voorgelegd aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer.