Bij het vertrek van staatssecretaris Van Ark:
‘Vól voor de doelen van de banenafspraak’

Op de laatste dag voor het zomerreces, van oudsher de drukste Kamerdag van het jaar, stuurde ze nog een gedetailleerde brief over de banenafspraak naar het parlement. Inhoud: voor de vijfde keer op rij laten de landelijke resultaten van de banenafspraak positieve cijfers zien, al bleef de banengroei bij de overheid wel achter. Daarbij geeft ze ook aan wat haar ministerie en zij als staatssecretaris zelf doen om de uitvoering voor iedereen zo eenvoudig mogelijk te maken.

Toch zal het een van haar laatste beleidsdaden op dit vlak zijn. Want Tamara van Ark verruilt het ministerie van SZW voor dat van VWS waar zij op 9 juli minister voor Medische Zorg wordt als opvolger van Martin van Rijn. Een gesprek op de drempel bij het afscheid van een staatssecretaris die méér dan penvoerder van de banenafspraak wilde zijn.

U hebt net als uw voorganger Jetta Klijnsma een enorme drive aan de dag gelegd om, met alle hinderpalen die er zijn, de banenafspraak door te laten gaan. Wat heeft u daarin zo bewogen?

‘Ik ben jaren geleden de politiek ingegaan om een verschil te kunnen maken voor mensen waarbij niet altijd alles even makkelijk gaat. Zoals het vinden van een baan. Ik vind dat iedereen die kan werken, de mogelijkheid moet krijgen om dit ook te kunnen doen. Dus ook mensen met een ziekte of handicap die zonder hulp heel moeilijk aan de slag kunnen komen. Werk is goed voor de werknemer die door een baan zingeving en ritme krijgt en een waardevolle bijdrage kan leveren aan het bedrijf en de maatschappij. Het is ook een meerwaarde voor de werkgever. Ik heb de afgelopen jaren zelf van dichtbij gezien wat een positieve impact mensen uit de doelgroep banenafspraak kunnen hebben op de arbeidsvloer.’

‘Toch ervaren sommige werkgevers nog steeds een drempel om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Ik wil deze drempels voor werkgevers zo veel mogelijk wegnemen en bedrijven stimuleren om mensen een kans te geven. Werkgevers spelen een essentiële rol in het doel om de arbeidsmarkt inclusiever te maken en werknemers de ruimte te bieden om zich te ontwikkelen. Dit is niet altijd een eenvoudige opgave en vraagt inzet en investeringen aan de kant van de werkgever. Hierbij wil ik bedrijven zoveel mogelijk ondersteunen en ontlasten, omdat ik heb ervaren wat een enorme toegevoegde waarde inclusief ondernemerschap voor de hele maatschappij heeft. Dat wil ik overbrengen en maakt mij zo vol passie op dit onderwerp.’

‘Ik heb de afgelopen jaren zelf van dichtbij gezien wat een positieve impact mensen uit de doelgroep banenafspraak kunnen hebben op de arbeidsvloer.’

Wie of wat is u over de afgelopen jaren in positieve zin het meest bijgebleven?

‘Ik ben bij heel veel inclusieve werkgevers op werkbezoek geweest. Ik noem even Staatsbosbeheer en dierentuin Artis. De energie, de inzet en het plezier van zowel de werkgever als de werknemers op deze plekken vind ik fantastisch. Het laat zien dat bijna alles mogelijk is, als je maar wil. De positiviteit die ik tijdens die werkbezoeken heb ervaren, heeft mij weer extra energie gegeven om vol voor de doelen van de banenafspraak te blijven gaan.’

‘Wanneer men wil, aan de kant van zowel de werkgevers als de werknemers, is bijna alles mogelijk…’

Wat beschouwt u zelf als belangrijkste wapenfeit in het door u gevoerde beleid om de uitvoering van de banenafspraak goed mogelijk te maken?

‘Ik ben de afgelopen jaren druk bezig geweest met het Breed Offensief, met als doel om het voor werkgevers eenvoudiger te maken om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Een centraal onderdeel daarvan is de voorgestelde vereenvoudiging van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Door deze vereenvoudiging wordt het ook makkelijker om mensen uit de doelgroep banenafspraak aan te nemen. De administratieve lasten die werkgevers ervaren zullen voor een groot deel verdwijnen met de vereenvoudiging. In het proces om tot dit voorstel te komen is goed geluisterd naar alle stakeholders die te maken hebben met de banenafspraak. Daar ben ik trots op. Het is belangrijk om de mensen voor wie je uiteindelijk beleid maakt, mee te nemen en te consulteren in de keuzen die voor dat beleid gemaakt moeten worden.’

‘In het proces voor het Breed Offensief is goed geluisterd naar alle stakeholders. Daar ben ik trots op.’

‘De vereenvoudiging van de wet is nog geen feit en de huidige coronacrisis versnelt het proces niet. Maar als de wet wordt aangenomen, ben ik ervan overtuigd dat de wijzigingen de banenafspraak nieuwe energie in zullen blazen. Het halen van de doelstelling uit het sociaal akkoord heeft hoge prioriteit, en tot nu toe zijn de aantallen in zijn totaliteit altijd gehaald. Waarbij ik wel moet aantekenen dat de overheid achterblijft bij het bedrijfsleven. Ik hoop en verwacht dat werkgevers ook in de toekomst blijven werken aan een meer inclusieve arbeidsmarkt. De coronacrisis maakt het er niet eenvoudiger op, maar het blijft onverminderd belangrijk. De norm en de doelstelling staan: mensen met een beperking aan het werk helpen en houden. Juist in deze tijd. De vereenvoudiging van de banenafspraak is één van de initiatieven om hier een boost aan te geven.’

Gelukgewenst met uw ministerschap! Maar… vindt u het niet jammer dat u het karwei van de banenafspraak niet kan afmaken?

‘Dank u wel! Ik kijk uit naar de nieuwe uitdaging bij mijn nieuwe departement. Dat neemt niet weg dat ik het werk op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ga missen, en dat ik vooral de dossiers die nog niet tot een einde zijn gebracht met een beetje pijn in het hart achterlaat. Ze worden toch een beetje je kinderen. Ik ben ervan overtuigd dat alle onderwerpen waaraan ik heb gewerkt in goede handen zijn bij mijn opvolger Bas van ’t Wout.’

Wat is het belangrijkste dat u uw opvolger voor de korte tijdspanne die nog rest, wilt meegeven op het vlak van de banenafspraak?

‘Ik zal hem meegeven dat ik heb gezien hoe belangrijk het is dat iedereen mee kan doen in de maatschappij. Dat geldt voor mensen uit de doelgroep banenafspraak, maar ook voor alle anderen  die een steun in de rug nodig hebben om een plek te veroveren op de arbeidsmarkt.  Buiten het gegeven dat Bas van ’t Wout vooral ook zelf met alle betrokkenen in het veld in gesprek zal gaan, zal ik deze ervaringen met hem delen. Ik denk overigens dat hij dit van harte onderschrijft.’

En werkgevers, in het bijzonder de overheids- en onderwijswerkgevers?

‘Het is belangrijk dat werkgevers, in welke sector dan ook, elkaar blijven inspireren en motiveren. Door goede voorbeelden en best practices met elkaar te delen, maar ook door elkaar aan te spreken op de gezamenlijke verantwoordelijkheid waar we voor staan. Bij veel werkgevers en sectoren zie ik dat al gebeuren. Ook Aart van der Gaag en zijn team zijn hier druk mee bezig. Zij organiseren waardevolle bijeenkomsten voor overheidswerkgevers.’

‘We moeten er met zijn allen voor zorgen dat we blijven verbeteren en ontwikkelen.’

‘Het bestuursakkoord dat in april 2019 is gesloten tussen alle overheids- en onderwijssectoren laat zien dat het commitment voor de banenafspraak er is. Naar aanleiding van dit akkoord heeft elke sector werkplannen opgesteld om de banenafspraak verder te brengen. Wat ik wil meegeven aan de sectoren en werkgevers is het volgende: er worden stappen in de juiste richting gezet, en daar heb ik veel bewondering voor. Maar we zijn er nog niet. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat we blijven verbeteren en ontwikkelen. Volgend jaar worden er weer nieuwe werkplannen ontwikkeld, waarbij het belangrijk is dat ze nog beter zijn dan in de eerste ronde. Om de banenafspraak tot een succes te maken is het belangrijk dat de overheidssector, ondanks het goede werk dat al gedaan wordt, een stap extra gaat zetten. Dat is een realiteit waar we niet van moeten weglopen.’

‘Daarnaast bevinden we ons op dit moment in een grote crisis. Deze crisis raakt niet alleen de gezondheid van mensen, maar heeft ook grote economische en financiële gevolgen, waarbij vooral de marktsector hard wordt geraakt. Ik wil overheidswerkgevers meegeven dat het in deze tijd misschien wel nóg belangrijker is om een extra stap voor deze groep te zetten. De overheid heeft een voorbeeldrol en het zou prachtig zijn als de verantwoordelijkheid die de overheid heeft juist nu met beide handen wordt aangepakt.’

De regering ‘hoopt en verwacht’ dat de schade door het coronavirus ook voor mensen met een arbeidsbeperking beperkt kan blijven. Bent u ervoor dat we er offensief vanuit gaan dat één virus ‘ons’ niet klein krijgt?

‘Het coronavirus heeft gevolgen voor grote groepen mensen in de samenleving. De regering heeft een pakket aan noodmaatregelen gepresenteerd dat de grootste klappen van de crisis moet opvangen. Toch zullen bedrijven die in zwaar weer zijn beland waarschijnlijk mensen moeten laten gaan, ook werknemers met een arbeidsbeperking. Daarnaast is begeleiding op de werkplek op dit moment vaak moeilijk, omdat een groot deel van Nederland vanuit huis werkt. Terwijl juist voor deze werknemers ritme en structuur vaak zo belangrijk zijn.’

‘Het zijn dus onrustige tijden die zorgen voor onzekerheid. Het kabinet probeert dit zoveel mogelijk te beperken.’

‘Het zijn dus onrustige tijden die zorgen voor onzekerheid. Het kabinet probeert dit zoveel mogelijk te beperken. Zo gelden alle noodmaatregelen die door het kabinet zijn gepresenteerd, zoals de NOW, voor alle werknemers en dus ook voor mensen uit de doelgroep banenafspraak. De Nederlandse bevolking is sterk en flexibel. Ik kijk met bewondering naar hoe werkgevers proberen het hoofd boven water te houden, en daarbij ook werk voor werknemers verzekeren. Dit is geen makkelijke opgave, maar ik heb er vertrouwen in dat we met z‘n allen het virus de baas worden en de schade zoveel mogelijk te beperken, voor iedereen in onze samenleving.’

Bij het maken van afspraken voor een regeerakkoord is vaak alles weer bespreekbaar. U hebt enig recht van spreken in de richting van de onderhandelaars. Wilt u de voortgang en uitvoering bespreekbaar maken of (ver)dient de banenafspraak juist nu onverkort en met kracht te worden doorgezet?

‘De voortgang en uitvoering van de banenafspraak zijn doorlopend onderwerp van gesprek, ook wanneer er geen regeerakkoord gesloten moet worden. Ik ben begonnen met de vereenvoudiging van de Wet Banenafspraak vanwege klachten over de uitvoerbaarheid van de wet en de administratieve lasten die werkgevers ervoeren. Er wordt jaarlijks gerapporteerd over de resultaten. De banenafspraak staat dus ten alle tijden, en met recht, op de politieke agenda.’

‘Juist in deze crisistijd is het belangrijk om te voorkomen dat bepaalde groepen mensen nog harder worden geraakt dan anderen. De banenafspraak heeft tot nu veel concrete banen voor mensen met een arbeidsbeperking opgeleverd. Het belang hiervan is zeker iets wat ik met overtuiging zal blijven overbrengen. Tegelijkertijd zie ik dat door de crisis ook voor andere groepen de kwetsbaarheid toeneemt op de arbeidsmarkt. De uitdaging is om in den brede te voorkomen dat de afstand tot de arbeidsmarkt voor mensen met een kwetsbare positie vergroot wordt.’

Tekst: Klaas Salverda