ROC Graafschap College Doetinchem:
‘Van schuchter en onzeker naar vrolijk en zelfverzekerd’

Martijn van Os werkt als HR-adviseur en coördinator banenafspraak bij het Graafschap College. Voordat hij bij het ROC aan het werk ging, zat hij in de uitzendbranche. ‘Ik was gewend om met targets te werken en zo zie ik het quotum van de banenafspraak ook’, zegt hij.

Een impuls nodig

Van Os vindt het fijn om te zien dat de inspanningen resultaat opleveren. ‘We hadden natuurlijk al een aantal mensen uit de doelgroep aan het werk, maar er was een impuls nodig om dat aantal te vergroten.’ Een heldere doelstelling vanuit de overheid helpt daarbij. Inmiddels zijn 11 medewerkers aan de slag bij het ROC Graafschap College Doetinchem in het kader van de banenafspraak.

‘Maar het quotum is zeker niet onze belangrijkste drijfveer’, zegt Van Os. Het Graafschap College wil maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Dat verwachten onze samenwerkingspartners in de regio ook van ons. Een medewerkster die een jaar geleden bij ons is gestart, was in het begin nog erg schuchter en onzeker. Nu loopt ze vrolijk en zelfverzekerd door de school en heeft ze plezier in haar werk. Dat is waar we het voor doen.”

Inzet op reguliere vacatures

Veel organisaties kiezen ervoor om participatiemedewerkers ‘boven formatief’ in te zetten, vanuit een centraal budget. Het Graafschap College heeft ervoor gekozen om participatiekandidaten in te zetten op reguliere vacatures, binnen de budgetten van de onderwijssectoren. “Wij zijn van mening dat deze beleidskeuze duurzamer is en de betreffende medewerker ook meer baanzekerheid geeft op de langere termijn. Wij creëren dus geen banen, wij zoeken een goede match voor bestaande vacatures.”

Mede door de begeleiding van de collega’s bij het inzetten van het banen-afspraaktraject gaat het vrijwel altijd goed. “Mensen in het onderwijs zijn vaak van nature sociaal ingesteld. Het is hun vak om studenten te laten groeien in hun persoonlijke ontwikkeling. Zo ook bij de begeleiding van deze groep collega’s.”

Onbekend maakt onbemind

Het stempel ‘participatiemedewerker’ helpt werkgevers om de drempelvrees, die er in verleden wellicht soms was, te overwinnen, meent Van Os. Dan is bekend dat je terug kunt vallen op regelingen vanuit de overheid wanneer de match er onverhoopt toch niet is of wanneer een medewerker ziek wordt. “De keerzijde is dat collega’s niet precies weten wat ze kunnen verwachten. Soms is die angst voor het onbekende een reden om een vacature niet aan te bieden aan een medewerker uit de doelgroep. Onbekend maakt onbemind.”

Loonwaarde van 100%

Om leidinggevenden te stimuleren deze stap toch te zetten, ontwikkelde het Graafschap College nieuw beleid. Sinds een jaar gelden er financiële werkgeversvoordelen voor leidinggevenden en directeuren als zij medewerkers uit de participatiedoelgroep inzetten. “Deze kleine financiële prikkel helpt ze soms net over de streep. Op verzoek van leidinggevenden worden medewerkers na twee maanden proefplaatsing vaak veel hoger ingeschaald dan de CAO voorschrijft voor participatiebanen. Laatst nog bleek een medewerker na de proefplaatsing een loonwaarde van 100% te hebben op de functie waarop hij werkzaam is. Hoe mooi is dat! Dat betekent dat de match perfect is. Een mooier compliment kon de medewerker niet krijgen, en wij als werkgever ook niet!”

Betrokken houden in coronatijd

Ook in coronatijd weten de participatiemedewerkers zich volgens Van Os prima te redden. “Bij ons gaat het natuurlijk vooral om onderwijsondersteunend werk, zoals lichte administratieve klussen. Met wat kleine aanpassingen konden deze medewerkers al snel weer fysiek op school aanwezig zijn en hun werk voortzetten. Wel hebben onze managers en andere collega’s deze medewerkers wat vaker gebeld voor een praatje, en om ze goed op de hoogte en betrokken te houden.”

Van Os hoopt intussen dat de vereenvoudiging van de Wet banenafspraak, zoals vorig najaar door toenmalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tamara van Ark aangekondigd, binnenkort daadwerkelijk van kracht wordt. “Dan kunnen straks nog meer mensen met een arbeidsbeperking een baan vinden.”