Hogescholen en Banenafspraak:
‘Kijk naar de toegevoegde waarde’

Als Hans Camps hoort dat iemand vanuit de sector van hogescholen de banenafspraak als een opgelegde quotumverplichting neerzet, verzet hij zich onmiddellijk daartegen. Hij kiest voor een andere formulering: ‘Wij willen dit graag omdat we het belangrijk vinden.’

Elke maand belichten we één van de overheids- en onderwijssectoren in het bijzonder door in gesprek met een bestuurder en/of coördinator naar de taak en wijze van uitvoering in het geheel te kijken. Deze maand de ook op dit vlak samenwerkende sectoren primair en voortgezet onderwijs, bij elkaar het hoger beroepsonderwijs.

 

Bestuurder Hans Camps van de Haagse Hogeschool geldt als een van de boegbeelden, of noem hem een warm pleitbezorger, uit het hoger beroepsonderwijs (hbo) als het over de banenafspraak gaat. De Haagse Hogeschool staat trouwens in meerdere opzichten voor diversiteit en inclusie. In de aansluiting van het personeelsbestand op de enorme verscheidenheid in culturele achtergrond van de meer dan 26.000 studenten. En in haar beleid rond het slechten van welke afstand dan ook tot de arbeidsmarkt.

Toegevoegde waarde

Waar specifiek zijn affiniteit voor mensen met een arbeidsbeperking vandaan komt? ‘Vanuit mijn ervaring bij de buren’, lacht hij. Camps was eerder jarenlang bestuurlijk verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering, kwaliteitszorg en een aantal mbo-scholen bij ROC Mondriaan in Den Haag. Daar merkte hij dat mensen ondanks hun beperking echt iets brengen dat toegevoegde waarde heeft voor de organisatie. Hun aanwezigheid werkt als samenbindende factor op de werkvloer. Ze stralen uit dat ze er graag willen werken. Camps: ‘Het loonstrookje van de organisatie of het merkje op hun werkkleding geeft hen zo’n boost. Je ziet ze groeien in zelfrespect en eigenwaarde!’

Twee jaar geleden stelde het College van Bestuur van de Haagse Hogeschool dat elk organisatieonderdeel ervaring moest opdoen met ten minste één nieuwe medewerker uit de doelgroep Banenafspraak. Aan het eind van 2019 hadden bijna alle organisatieonderdelen positieve ervaringen opgedaan met participatie. Daarna zijn per organisatieonderdeel doelstellingen geformuleerd.

Succesfactoren

Een jaar later zat de school op 16,3 fte. Dit jaar komen er 14 bij. Daarmee zitten ze op 30,7 fte. Sec naar de eigen streefcijfers kijkend loopt de Haagse Hogeschool nog achter. Maar in vergelijking met het gemiddelde van andere hogescholen is zij een koploper. En minstens zo belangrijk als afrekenbare cijfers, bij iedere faculteit staat de banenafspraak op het netvlies. Bovendien prijken de nieuwe banen, althans de bedragen die daarmee gemoeid zijn, nu apart in alle begrotingen.

Met een heel coronajaar in het achterhoofd prijst Camps zich gelukkig dat het aantal tot dusver gerealiseerde banen niet teruggelopen is. Dat is mede te danken aan de HRM-medewerker die twee jaar geleden speciaal is aangesteld als adviseur participatie: ‘Zij zit er bovenop, is bevlogen en houdt iedereen bij de les.’ Aandacht geven, sturen op getallen, die monitoren en in praktijk goede begeleiding bieden. Iedere medewerker heeft een persoonlijke begeleider aangewezen gekregen.

Ook heeft de projectleider van de Haagse Hogeschool bijgedragen aan het ontwikkelen van een e-learning voor werkbegeleiders bestemd voor alle hogescholen. De e-learning zorgt ervoor dat de (interne) werkbegeleiders de kennis en vaardigheden krijgen die nodig is voor goede begeleiding, wat uiteindelijk bijdraagt aan een grotere slaagkans van de plaatsing. De e-learning wordt deze maand via Zestor gelanceerd.

SROI en nieuwe wettelijke mogelijkheden

De banenafspraak is ook een van de onderdelen bij de inkoop met de paragraaf social return on investment in de programma’s van eisen. Daarmee wordt aan leveranciers opdracht gegeven deze doelgroep in te zetten. Hogescholen mogen deze participanten echter nog steeds niet meetellen voor hun eigen quotum. Maar leveranciers en de mensen waar het om gaat varen hier wel bij. Intussen kijkt Camps uit naar het moment dat de Tweede Kamer een klap op de nieuwe wettelijke mogelijkheden geeft.

Binnen de sector hoger beroepsonderwijs wordt genoeg gedeeld, vindt Camps. Onder andere via de Vereniging Hogescholen, het eerder genoemde arbeids- en opleidingsfonds Zestor maar ook informele netwerken wordt allerlei kennis gedeeld en praktijkervaring uitgewisseld. ‘Het is niet meer zo dat de banenafspraak elke maand in de vergaderstukken van besturen zit’, zegt Camps. ‘Beter nog, we merken dat het goed is belegd bij lijndirecteuren, HRM en de juiste contactpersonen. Want dáár moet het gebeuren.’

En de banenafspraak op de formatietafel?

‘Gewoon doorgaan, zou ik denken. Niet meer veranderen. Fijn dat de banenafspraak overal gestalte krijgt. Dat het nu gedaan wordt. Kom als centrale overheid vooral met goede voorbeelden die stuk voor stuk laten zien wat het je oplevert als werkgever. Dat is zoveel positiever dan uitventen dat we een verplichting moeten nakomen. Wat mij betreft zien we het als een maatschappelijke opdracht. Vandaar dat werkgevers er goed aan doen naast hun eigen banen ook de inkoopfunctie mee te wegen.’

Tekst: Klaas Salverda