Jolanda van Rosmalen, adviseur HRD, Deltion College, Zwolle:
‘Gun anderen een kans’
Een school is volgens Jolanda van Rosmalen in bepaalde opzichten goed te vergelijken met een bedrijf. Van Rosmalen is adviseur HRD bij het Deltion College in Zwolle:
‘Er is een harde kant die zegt dat er productie moet worden gedraaid en targets moeten worden gehaald. Maar er is ook een zachte kant. Als onderwijsorganisatie staan we midden in de maatschappij en willen we een inclusieve werkgever zijn. Deze zachte kant heeft nu een target in de vorm van een banenafspraak.’ Dat doel is best lastig te bereiken, vindt ze. ‘Helemaal nu corona behoorlijk roet in het eten gooit.’

Circa 17.000 studenten volgen bij Deltion Zwolle een opleiding en het college telt ongeveer 1.750 medewerkers. Het quotum schrijft voor dat de onderwijsinstelling in 2020 30 fulltime formatieplaatsen moet invullen. “Gemiddeld genomen kunnen deze mensen 24 uur per week werken, dus reken op ongeveer 50 arbeidsparticipanten. Driekwart van onze medewerkers verzorgt onderwijs, en juist hier is het erg lastig passend werk te creëren voor arbeidsparticipanten. Zij zijn juist inzetbaar op ondersteunende functies. En dan is 50 op de 440 best veel. En helemaal nu we, vanwege corona, vanaf half maart grotendeels vanuit huis werken. Leraren werkten ook veelal vanuit huis. Praktijklessen vinden wel weer plaats, maar dan voor veel kleinere groepen. Hierdoor ontstaat er enorme druk op de mensen die lessen verzorgen.”
Lockdown
Er zijn er dan ook nagenoeg geen extra banen bijgekomen door de lockdown. Ondersteunende diensten moesten (en moeten) zoveel mogelijk thuis werken. Dat maakt een goed inwerkprogramma onmogelijk. “Daarbij komt, dat deze doelgroep over het algemeen meer inwerktijd nodig heeft, en een vast aanspreekpunt (op afstand, online, werkt dat niet goed). De juiste begeleiding kan helaas dan niet worden geboden.”
Begin dit jaar is Deltion een samenwerking gestart met een externe organisatie die medewerkers uit de doelgroep aanstuurt. Deze arbeidsparticipanten ondersteunen de huismeesters bijvoorbeeld met het nieuwe afvalscheidingsbeleid; ze legen de verschillende bakken en houden de kantine netjes. “Bij deze groep zit gelukkig nog wel enige rek, want juist door corona wordt er extra schoongemaakt, en worden zeepdispensers, papieren handdoekautomaten en dergelijke vaker bijgevuld. Dit kunnen we dan ook zeker als succes beschouwen.”
Verbinding
Voor de zittende medewerkers geldt dat zij op zich al aardig waren ingewerkt. Zij moesten uiteraard wennen, maar konden allen wel op hun begeleider en jobcoach terugvallen. “Corona heeft niet echt voor hen een probleem gevormd, althans niet anders dan de dingen waar iedereen mee te maken heeft gekregen. Er is wel behoefte aan communicatie, even een praatje in de gang, gemakkelijk bij iemand binnenlopen om iets af te stemmen. Verbinding dus met anderen.”
Voor de nabije toekomst vreest Van Rosmalen dat er voorlopig geen extra banen gecreëerd zullen worden voor de doelgroep Banenafspraak. “Ik hoop van harte dat er snel een vaccin komt, opdat we weer normaler kunnen werken. Want iedere instelling zou een inclusieve werkgever moeten zijn. Stel je eens voor dat je eigen kind of een goede bekende een beperking heeft en een kans wil grijpen. Gun je hem of haar die dan? Er staan zoveel mensen aan de kant met veel toegevoegde waarde. Zij verdienen een kans. En ik vind dat wij verplicht zijn hen die mogelijkheid te bieden.”



